dinsdag 27 november 2007

Een miskende Nederlandse grootheid eindelijk veelzijdig belicht in rijk geïllustreerd boek

Generaal Reynders
Op vrijdag 16 november is in het Gemeentehuis van Stadskanaal, aan burgemeester Jur Stavast van die plaats, het boek aangeboden dat militair historicus E.H. Brongers heeft geschreven over de aldaar in 1879 geboren Izaak Herman Reynders, die later als generaal een vooraanstaande rol heeft gespeeld bij de voorbereidingen van de verdedigingslinies die een Duitse aanval in 1940 zoveel mogelijk in de weg zouden moeten leggen.

Helaas hebben niet alle betrokkenen even veel waardering kunnen opbrengen voor de inzichten, die de generaal terecht had en die voor ieder met kennis van zaken in die periode reeds hebben getuigd van een vooruitziende blik. Het is vooral, zij het niet alleen, koningin Wilhelmina geweest, die Reynders in zijn opvattingen en wensen heeft gesteund. Toch heeft de regering Reynders slechts vijf maanden, tot februari 1940, in die functie laten optreden en hem toen eervol ontslag verleend, waarna hij tot veler verbazing werd opgevolgd door een reeds gepensioneerde generaal: H.G. Winkelman. Dat zulks een enorme inschattingsfout is geweest en dat daar personlijke afgunst ten departemente een rol van betekenis gespeeld zou kunnen hebben, wordt, naast zoveel andere marginalia en parafernalia, in het onlangs verschenen boek van Eppo Brongers duidelijk.

Onredelijkheid in Den Haag
Dat ontslag heeft weliswaar in de tijd van een zeer imminente aanval door de Duitsers gezorgd voor de nodige opwinding en aandacht in de pers, doch van overheidswege werd "om veiligheidsredenen" niet verder op de kwestie ingegaan. Na de oorlog is zonneklaar geworden dat generaal Reynders het op alle fronten bij het juiste eind heeft gehad, en dat hem het lot was beschoren van zoveel visionaire figuren in alle geledingen van de maatschappij: het ontbreken van waardering in eigen land. Tot openbaar eerherstel hebben al die inzichten achteraf echter niet geleid, en dat heeft bij de generaal terecht een gevoel nagelate van onheus te zijn behandeld. Mede daarom is het een zaak van belang dat thans één van Neerlands bekendste historici met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog de moeite heeft genomen een, voor ieder die kan lezen, helder boek te realiseren. De generaal zelf kan dat echter niet meer meemaken: deze is op 31 december 1966, op 87-jarige leeftijd in Den Haag overleden.

Presentatie met kleinzoon
Voorafgaand aan de presentatie te Stadskanaal is het boek, dat op 1 november was verschenen, reeds aangeboden in de Besognekamer te Den Haag, de op één na oudste Herensociëteit aldaar, waarvan Reynders zowel voorzitter en later ook nog ere-voorzitter is geweest. In Stadskanaal beseffen de vroede vaderen het grote belang van hun voormalige inwoner en het is dan ook een goede zaak dat Burgemeester en Wethouders van die plaats de gelegenheid geven tot enige aandacht voor deze, ook in burgerlijke kringen zeer gewaardeerde en terughoudende — doch daardoor niet minder grote — figuur uit de vaderlandse geschiedenis. Aanwezig bij de presentatie was ook de kleinzoon van generaal Reynders zijn: Egbert Houck — met echtgenote en dochter — die eveneens aan het welslagen van het boek van Eppo Brongers in niet geringe mate heeft bijgedragen door uit het archief van zijn grootvader diverse documenten en beeldmateriaal ter beschikking te stellen. Daarvoor is overste Brongers hem vanzelfsprekend erkentelijk, maar dat mogen de lezers van het boek ook zijn: geschiedenis wordt immers zoveel aantrekkelijker en inzichtelijker als deze door middel van 'bewijsstukken' letterlijk en figuurlijk kan worden ondersteund. Het behoeft dan ook geen verder betoog dat het rijk geïllustreerde en passend uitgevoerde boek van deze zijde warm in uw belangstelling wordt aanbevolen.
Eppo Brongers
Luitenant-kolonel b.d. Eppo Brongers heeft zich reeds tijdens zijn militaire carrière met nadruk geïnteresseerd voor het thema krijgsgeschiedenis, met als zwaartepunt die van Nederland, en dat heeft geresulteerd in een reeks boeken, die voor menigeen inzicht hebben verschaft, waarvan ze verstoken zouden zijn gebleven indien voor hen uitsluitend, wetenschappelijk weliswaar verantwoorde, maar voor de niet militair geschoolde burger al te specialistische, literatuur ter beschikking had gestaan. Brongers kiest in al zijn boeken voor de verhalende vorm, enerzijds zonder daarbij de feiten met de vele details uit het oog te verliezen, anderzijds zonder zich aan in het kader ongepaste emotie over te geven.
Die nuchterheid in combinatie met de zeer goed te volgen verteltrant is een grote verdienste van overste Brongers, die in een persoonlijkheid onderhoud ook het casuele causeren inruilt en voor deze benadering kiest zodra hij over zijn thema begint.
Het aantal thema's dat deze voormalige docent aan de Koninklijke Militaire Academie inmiddels de revue heeft laten passeren, is niet gering. Het op 1 november verschenen boek over Generaal Reynders is Brongers' negentiende. Hij is zeer verheugd over het feit dat er onder de jeugd, die het geruime tijd heeft laten afweten, weer meer belangstelling bestaat voor de militair-historische aspecten van Nederland in de twintigste eeuw. Zijn veelgeroemde boek over de Grebbelinie 1940 beleefde zelfs elf drukken.
____________

E.H. Brongers: Generaal Reynders — Een miskend bevelhebber 1939-1940. Soesterberg, Uitgeverij Aspekt, november 2007.
168 pag., paperback; ISBN 90-5911-603-0. Prijs € 19,95.
____________
Afbeeldingen
1. Voorplat van het boek over Generaal Reynders.
2. De veelvuldig onderscheiden Generaal Reynders op hoge leeftijd. Foto in het boek op pag. 143.
3. Links: burgemeester Jur Stavast van de gemeente Stadskanaal, rechs luitentant-kolonel E.H. Brongers.

zaterdag 24 november 2007

Heldere historiografische analyses van Maarten van Rossem tonen de verbanden in de vorige eeuw

Europese geschiedenis van de twintigste eeuw
Op 12 november is bij de nog jonge, maar zeer dynamische uitgeverij Nieuw Amsterdam het nieuwste boek van de Nederlandse historicus Maarten van Rossem, met de korte en krachtige titel Drie oorlogen verschenen. Een goed gekozen tijdstip voor een boek dat als geschenk in de komende zes weken een goede en naar mijn idee dankbare taak zal kunnen vervullen, mede door de veelzijdigheid, als Van Rossems troost in duistere dagen. De auteur beschrijft in kort bestek het relatief weinige wel en het al te vele wee in de geschiedenis van Europa gedurende de twintigste eeuw. Dat nieuwe tijdperk is in Van Rossems optiek begonnen met de aanval door de terrorist Gavrilo Princip — nomen est omen — op de troonopvolger van de Donau-monarchie Franz Ferdinand en diens wederhelft.

Kettingreactie
Hoewel achteraf nooit twee onvergelijkbare grootheden ter vergelijking naast elkaar kunnen worden gelegd — een voldongen feit enerzijds tegenover de situatie zonder die gebeurtenis — is het niet zo'n vreemde gedachte dat de twintigste eeuw in ieder geval heel anders, en hoogstwaarschijnlijk minder bloedig, zou zijn verlopen als deze fatale schoten op 28 juni 1914 te Sarajevo niet zouden zijn gelost. De Eerste Wereldoorlog zou niet, en in ieder geval niet op de voorgevallen wijze, hebben plaatsgegrepen. Realiteitszin ontberende politici en op macht beluste militairen zouden ongetwijfeld minder opgefokt zijn geweest, en de drang om een defensieve strategie om te zetten in agressief optreden [1] zou zeker een andere dimensie hebben gehad, waardoor in ieder geval de vraag gerechtvaardigd is of de ontwikkelingen tussen 1914 en 1918 in een andere constellatie eveneens zo desastreus zouden zijn geweest.
Waarschijnlijk niet, vooral omdat er geen, of in ieder geval veel minder vernederende, vredesvoorwaarden van Versailles zouden zijn geweest, en dat vormt aanleiding tot de aanname dat er voor die dolgedraaide en tot op het merg gedegenereerde idioot Adolf Hitler niet zo'n prominente rol zou zijn weggelegd.

Hitler
"Hoewel . . . het communisme en het nationaal-socialisme in ideologisch gedreven moordzucht niet essentieel van elkaar verschilden, is Hitler, meer dan enige communistische leider, de incarnatie van het politieke kwaad van de vorige eeuw geworden", schrijft Maarten van Rossem in het onderdeel met de titel die de naam draagt van dat niet alleen politieke, maar (mede als gevolg daarvan) menselijke, maatschappelijke en morele Kwaad. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Ook rekent Van Rossem en passent af met enkele vastgeroeste, want affectieve, preoccupaties met betrekking tot de Autobahnen, die werkelijk geen ander doel hadden dan voor het verkeer. Ook met betrekking tot het overkoepelende concept dat de 'Entartete Anstreicher' zou hebben gehad houdt de schrijver ons nog even enige, tot een andere conclusie leidende, feitelijlkheden onder de neus. Heel veel toeval en tal van omstandigheden hebben geleid tot de positie van de Führer, niet tot de daaraan, ondanks alles en allen, ten onrechte toegeschreven kwaliteiten. Vooroordelen uit de weg ruimen is weliswaar een heidens werk, maar wie daartoe steeds opnieuw een poging waagt, verdient het dat zijn beschrijving daarvan serieus wordt genomen, en een geïnteresseerde doet zulks door te lezen, en niet alleen door de woorden en hun context door te nemen, maar ook al dat te vergaren (het aren lezen achter de maaier) wat de grote lijnen in de ontwikkeling van de twintigste eeuw voor ons overzichtelijk, en niet te vergeten, inzichtelijk maken.

Tweede Wereldoorlog
In het hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog begint de auteur met de explicatie dat vier verschillende deelconflicten, op nogal uiteenlopende geografische locaties, tesamen het fenomeen vormden dat eerst Europa en vervolgens de rest van de wereld tussen 1939 en 1945 — en in tal van andere vormen nog lang daarna — in de greep zou houden. Ten eerste als gevolg van de complexiteit en de 'veelzijdigheid', later als gevolg van het onvoorstelbare leed dat zijn sporen tot in de huidige generaties op vele plaatsen ter wereld heeft nagelaten en ook nog wel even blijft doorwerken.
Van Rossem is ook kritisch ten opzichte van de stelling, die van vele kanten is geopperd, dat Duitsland gedoemd was die oorlog te verliezen. Nog afgezien van allerlei kwesties van persoonlijk prestige en relatief onbereikbare doelstellingen in die gegeven situatie, is het helemaal niet zo zeker dat die stelling zoveel hout snijdt als dikwijls ook nu nog wordt aangenomen.
Ondanks de talrijke aspecten op het politieke, sociale en intermenselijke vlak — en toen nog veelvuldiger op dat van de onmenselijkheid — die opnieuw een zeer omvangrijk boek hadden kunnen opleveren, heeft Maarten van Rossem zich beperkt tot een zeventig pagina's voor deze thematiek.

Koude Oorlog
Die beide hoofdstukken over de wereldoorlgen betreffen reeds eerder verschenen analyses van de Europese geschiedenis in de eerste helft van de twintigste eeuw. Meer dan het dubbele aantal bladzijden neemt het derde grote onderdeel van zijn boek in: de Koude Oorlog, een hoofdstuk uit Van Rossems koker dat niet eerder is gepubliceerd. In de Koude Oorlog kwamen de twee, in het laatst van de oorlog tegen Hitler-Duitsland samenwerkende, grote mogendheden lijnrecht tegenover elkaar te staan, hetgeen voor menigeen duidelijk werd toen de hoge heren elkaar in Jalta hebben ontmoet. De strijd om de — desnoods zeer foute — Duitse geleerden barstte los en heeft, tot ver na de directe afsluiting van de gewapende vijandelijkheden, ook veel terechte irritatie en kritiek gegenereerd.
Dat die Koude Oorlog zoveel meer aspecten met zich meebracht, hebben tal van lezers in de loop van hun bestaan via kranten, boeken en ethermedia meebeleefd, in tegenstelling tot veel van de gebeurtenissen die in de beide eerste afdelingen van het boek worden behandeld.

Helder betoog
Maarten van Rossem heeft niet alleen een helder — en tegelijkertijd, hoop ik, voor menigeen verhelderend — boek geschreven waarin verbanden worden gelegd, welke meer duidelijk maken dan menig gecompliceerd college van boven de materie staande geleerden. Voorts heeft hij afgezien van allerlei hoogdravende taal,
maar heeft hij de regels die daarvoor geleden in acht genomen, en daarmede een beter product afgeleverd dan zo menig andere extreem geleerde groot-mogol. Bovendien, en dat mag hier zeker niet onvermeld blijven, omdat het een zeer schaars geworden fenomeen is: Van Rossem weet wanneer je hun (datief) en wanneer je hen (accusatief — altijd na een voorzetsel!) dient te gebruiken. Alleen al daarom zou menig collega-scribent, journalist en, ja ook, Neerlandicus deze tekst eens moeten bestuderen. Men kan er, door alle boven aangestipte, positieve, elementen, van leren.

__________
Maarten van Rossem:
Drie oorlogen — Een kleine geschiedenis van de twintigste eeuw.
Amsterdam, november 2007; Nieuw Amsterdam Uitgevers.
320 pag., paperback. ISBN 978-90-468-0321-9; Prijs € 18,95.
__________
[1] Dit werd echter door degenen, die de strategie hadden uitgedokterd, in het geheel niet anders dan als defensief ervaren. Een vooral Duits fenomeen dat zich tot op de huidige in het denken van bepaalde politici in die 'cultuur' heeft gehandhaafd. De verregaand waanzinnige voorbereidingen die door een aldaar (mede)regerende tijdbom — de Minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang Schäuble, een in meer dan één opzicht ernstig beschadigd wezen — worden getroffen voor een soort Vierde Rijk met een nieuwe Gestapo — vanzelfsprekend niet met die naam, maar wel met meer macht dan welk voorafgaand instituut in die categorie, en opnieuw
een eigen staat binnen de staat vormend — worden door de bedenker ook slechts ervaren als niets meer of anders dan verdedigingsstrategieën in de strijd tegen het al dan niet vermeende alom aanwezige terrorisme. Miljoenen Duitsers slikken dit conglomeraat van leugens ook nu weer als Zuckerbrot voor zichzelf en de Peitsche voor de boosdoeners. In ieder geval hebben ze, net als hun ‘dienaren’ aan de regeringstafel, op dat punt niets geleerd van de geschiedenis.

Nieuwe site over geschiedenis in al haar facetten

Heden hebben we bij BLOGGER deze nieuwe site over Geschiedenis aangemaakt. Vooralsnog zal deze zich voornamelijk beperken tot het bespreken van Boeken, die op enigerlei wijze met Geschiedenis te maken hebben: biografieën van grote figuren, die een rol van betekenis hebben gespeeld in de ontwikkelingsgang van de mensheid. Dat kan de apostel Paulus zijn, maar ook Charles Darwin, en Albert Einstein heeft evenveel recht op een plek in deze kolommen als de auteur van een boek over de meest weerzinwekkende figuren uit de historie. U kunt hier dus het laagste van het laagste — Hitler, Stalin, Bush, Poetin, Thatcher — aantreffen naast (letterlijk: onder of boven) Gustav Stresemann, Gustav Heinemann en Willy Brandt. Maar ook niet direct politieke figuren uit de wereld der kunsten, zoals Bach en Mozart, naast Picasso en Dostojevski. Om slechts enkele voorbeelden te noemen.